Verborgen lhbti-verleden van Utrecht nu zichtbaar: 'Homovervolging begon hier'
De botenparade van de Utrecht Pride vanmiddag moet de zichtbaarheid van de lhbti-gemeenschap vergroten. Maar Utrecht heeft ook een lange lhbti-geschiedenis, die niet altijd zichtbaar is. "Verwijzingen naar queer-personen moet je met een lampje zoeken." In heel Utrecht zijn plekken die een rol speelden in de lhbti-geschiedenis van de stad. Marijke Huisman, historicus van de Universiteit Utrecht, wil die verborgen geschiedenis zichtbaar maken. Dat doet ze onder meer door met de vrijwilligersorganisatie Queer U Stories rondleidingen door de stad te geven. De rondleiding komt bijvoorbeeld langs het Domplein, waar op de grond een plaquette te vinden is die verwijst naar de Utrechtse sodomieprocessen, de vervolging van homoseksuelen tussen 1730 en 1731 in Utrecht. Achttien mannen zijn toen gepakt, ter dood veroordeeld en gewurgd. "Een van de ergste straffen uit die tijd", zegt Huisman tegen RTV Utrecht. De processen in Utrecht zetten een gigantische vervolgingsgolf van homoseksuelen in gang die zich uitstrekte over het hele land. 'Domplein was soort cruiseplek' De vervolgingen in Utrecht begonnen toen de koster van de Domtoren in 1730 twee mannen seks zag hebben in de Michaëlskapel in de toren. "Seks hebben in een kerk was sowieso niet de bedoeling, maar seks tussen mannen was een grote zonde." De koster had zelf problemen met het stadsbestuur en dacht zijn eigen hachje te kunnen redden door de mannen te verraden. Ze werden opgepakt en verhoord, en door hun bekentenissen werd duidelijk dat in de stad een netwerk van homoseksuele mannen bestond. Volgens Huisman zochten homoseksuele mannen in de 18de eeuw elkaar op in bepaalde kroegen en op het plein naast de Dom. "Dat hele Domplein, dat was een soort cruiseplek voor homomannen," zegt ze. Na de Utrechtse sodomieprocessen bleef het woord 'Utrechtenaren' in Nederland jarenlang een scheldwoord voor homo's. "Dat is eigenlijk een beetje de claim to fame van Utrecht in de queer-geschiedenis van Nederland", zegt Huisman gekscherend. De rondleiding die Huisman geeft, komt ook langs andere plekken, zoals het huis van kunstenaar en schrijfster Dirkje Kuik. Kuik was in de jaren 70 een van de eerste publieke trans vrouwen in Nederland. Na haar dood in 2008 werd in haar woning en atelier een museum opgericht. Sinds enkele jaren ligt in de buurt ook een tegel met QR-code. Wie die code scant, krijgt extra informatie te zien over het leven van Kuik. Maar die is nauwelijks zichtbaar, zegt Huisman. Zo staan er tijdens het interview vuilniszakken bovenop. "Ik weet niet of dit nou de meest waardige omgang met Dirkje Kuik is." Stichting BEF Huisman stopt tijdens haar rondleiding ook voor een pand aan de Oudegracht. Momenteel bevindt zich hier een sports- en grillbar, maar in de jaren 70 zat hier het feministisch café de Heks, met in de werfkelder de Heksenkelder: de eerste feministische boekhandel van Nederland en op de begane grond feministisch café de Heksenketel. Dat de organisatie een lesbische inslag had is wel af te leiden aan de naam van de stichting: de Stichting ter bevordering van emancipatie en feminisme werd afgekort tot BEF. Lege symbolen Huisman breekt een lans voor meer zichtbaarheid van de lhbti-geschiedenis van Utrecht. "Homoseksualiteit is niet een fenomeen van de 21ste eeuw, het bestaat veel langer." En daar mag de stad best wat erkenning aan geven, vindt ze. "We hebben een regenboogfietspad, een zebrapad, dus symbolen all over the place, maar verwijzingen naar concrete geschiedenis van queer-personen moet je met een lampje zoeken." Dat vindt ze opmerkelijk voor een stad die een regenboogstad wil zijn. Voor allerlei andere belangrijke personen en gebeurtenissen hangen bordjes, zegt ze. "Waarom blijft het dan bij lege symbolen als zebrapaden en maak je geen bordjes over concrete geschiedenissen van mensen die al eeuwen een bijdrage leveren aan de stad?"