Buitenlandse wetenschappers toch niet massaal gescreend op spionagerisico
De overheid gaat toch geen 8000 buitenlandse wetenschappers en studenten per jaar screenen om spionage te voorkomen. Dat heeft minister Letschert van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (D66) bekendgemaakt in een brief aan de Tweede Kamer. Volgens het vorige kabinet was het screenen nodig om te voorkomen dat Nederlandse informatie in handen komt van buitenlandse krachten, die deze kennis zouden misbruiken in bijvoorbeeld wapensystemen. Daarbij werd gewezen naar China, Rusland en Iran. Maar uit ingewonnen adviezen blijkt dat de screening niet aan "de criteria van effectiviteit, uitvoerbaarheid en proportionaliteit voldoet", schrijft de minister nu. Het is volgens Letschert niet haalbaar om de 8000 wetenschappers en studenten die met gevoelige kennis (willen) werken te screenen op basis van het bestaande wetsvoorstel, ingediend door haar voorganger Bruins. Afschrikken Ze schrijft dat het systeem door het grote aantal screenings zou vastlopen. Wetenschappers en studenten moeten dan lang moeten wachten voordat ze met hun onderzoek of masteropleiding kunnen beginnen. De minister vreest dat de lange doorlooptijd wetenschappers afschrikt en zij naar andere landen zullen uitwijken. De kosten voor de screenings zijn ook hoger dan verwacht. Daarnaast schrijft de minister dat het wetsvoorstel juridisch niet haalbaar is. De screening richt zich op onderzoekers en promovendi van buiten de Europese Unie. Maar het kabinet mag de doelgroep van de screening niet beperken tot die groep, want dat is discriminerend. Nog steeds nodig Kennisinstellingen doen de risicobeoordelingen van nieuwelingen die in contact komen met gevoelige informatie nu nog grotendeels zelf. Uit onderzoek van de NOS bleek vorig jaar dat op universiteiten de afgelopen jaren honderden sollicitaties en internationale samenwerkingen niet zijn doorgegaan omdat deze als te risicovol werden gezien. Op de TU Delft bijvoorbeeld krijgt het adviesteam inmiddels ongeveer 700 zaken per jaar voorgelegd. De grootste technische universiteit van Nederland ontwikkelt veel belangrijke technologie, en doet bijvoorbeeld raketonderzoek. Dat kan voor andere landen interessant zijn. Door de "aanhoudende dreiging" blijft kennisveiligheid hard nodig, aldus de minister. De minister gaat nu terug naar de tekentafel, om samen met de ministers van Justitie en Veiligheid en Economische Zaken en Klimaat te kijken hoe de screening wel haalbaar te maken is. Letschert belooft na de zomer met een update te komen. 80 miljoen euro In de tussentijd komt de minister al met een aantal maatregelen. Zo stelt ze tot en met 2031 zo'n 80 miljoen euro extra beschikbaar zodat kennisinstellingen voorzorgsmaatregelen kunnen treffen, zowel digitaal als fysiek. De voormalige minister stelde vorig jaar al 17,6 miljoen euro beschikbaar. Ook wordt het Loket Kennisveiligheid, een centrum dat hulp aanbiedt aan kennisinstellingen over internationale samenwerkingen, uitgebreid. De bedoeling is dat het loket pro-actiever wordt en ook zelf gaat waarschuwen, in plaats van vooral op verzoek advies te geven. Daarbij benadrukt de minister het belang van meer Europese samenwerking, aangezien "veiligheidsrisico's niet stoppen aan de landsgrens".

