Montenegro op koers voor snelle EU-toetreding: eindelijk, of juist te vroeg?
De Europese ogen zijn vandaag gericht op Montenegro. De regeringsleiders van de EU en de Westelijke Balkan zijn in het stadje Tivat bijeen gekomen. Ze buigen zich over de vraag: wanneer kunnen die landen die al zo lang wachten eindelijk toetreden tot de EU? "De Europese Unie moet laten zien dat ze in staat en bereid is om uit te breiden, en dat willen we hier bespreken," zei de Duitse bondskanselier Merz vandaag tegen journalisten in Tivat. Het kleine Montenegro zelf is van alle negen kandidaat-lidstaten het verst gevorderd. Staatssecretaris voor EU-integratie Biljana Papovic kwam onlangs op een middelbare school in het noorden van Montenegro hoogstpersoonlijk uitleg geven over het toetredingsproces. "Wij zijn eigenlijk bezig met een soort examen", vertelt ze een klas vol tieners. "We sturen alle onderdelen een voor een naar Brussel voor controle." Daarna gaat ze dieper in op het proces voor toetreding en welke voordelen de EU de burgers van Montenegro te bieden heeft. Sommige leerlingen luisteren geboeid en maken aantekeningen, andere kijken verveeld voor zich uit. Land heeft haast Papovics schooltournee laat zien hoe serieus Montenegro is als het zegt dat het in 2028 het 28ste EU-lid wil zijn. Nog dit jaar hoopt het land alle onderhandelingen af te ronden. In april is een gezamenlijke werkgroep van de Europese Commissie en Montenegro begonnen met het opstellen van het toetredingsverdrag. Dat het land daadwerkelijk binnen twee jaar toetreedt, is daarmee geen gegeven: daarvoor moeten uiteindelijk alle lidstaten hun akkoord geven. Maar deze dagen zal het in Tivat Europese complimenten regenen over de ijver en voortgang van de regering in de hoofdstad Podgorica. Dat betekent niet dat er geen werk meer aan de winkel is. De rechtsstaat in het algemeen en de corruptie in het bijzonder zijn, net als overal op de Balkan, een groot probleem waar Montenegro nog hard aan zal moeten trekken. Datzelfde geldt voor milieubeheer: op geen enkel ander dossier loopt het kleine land zo ver achter op de EU-normen. Wie daar een voorbeeld van wil zien, hoeft niet ver te kijken: langs wegen en rivieren wemelt het van de illegale stortplaatsen. Sommige klein, andere zo groot dat het wel een officiรซle vuilstort lijkt: Montenegro heeft er honderden. "Buurtbewoners die de vuilcontainer te ver vinden, verzamelen hun vuilnis. Als ze een aanhangwagen vol hebben, dumpen ze het hier", zegt milieuactivist Vuk Ikovic. Hij staat midden tussen de troep op een rivierbedding vlak bij de stad Niksic. "Ook bouwafval zien we vaak hier of ergens anders naast de weg eindigen." Montenegro heeft nu een ambitieus actieplan om de rotzooi op te ruimen en te zorgen dat dat zo blijft. Een voor een worden stortplaatsen schoongemaakt, er is een bewustwordingscampagne met hulp van de EU en Montenegro belooft over vier jaar de helft van zijn afval te recyclen. Nu is dat nog maar 1 procent. Kan dat wel allemaal op zo'n korte termijn? Ikovic schudt zijn hoofd. "Het vergt een complete cultuurverandering, en ook hoge boetes voor illegale stort en het daadwerkelijk opleggen daarvan. Deze regering zal alles beloven om groen licht van de Europese Unie te krijgen. Het is heel goed mogelijk dat van die beloftes niets wordt vervuld." Uitbreiding is signaal Een eventuele nieuwe uitbreiding, de eerste sinds Kroatiรซ in 2013, zou kunnen laten zien dat het lange wachten wel degelijk beloond kan worden. Dat is een belangrijk signaal aan andere landen, waar regeringen en burgers gefrustreerd raken door het gebrek aan perspectief. Voor Brussel is het belangrijk die landen niet van zich te vervreemden, want het zou zo maar eens kunnen zijn dat ze dan dichter naar bijvoorbeeld Rusland en China toetrekken. Critici zeggen dat de Europese Commissie wel hรฉรฉl welwillend lijkt om Montenegro binnen te halen. Met krap 620.000 inwoners is het een piepklein land - daar kan de EU zich niet echt een buil aan vallen, is de gedachte. Volgens staatssecretaris Papovic zijn de insinuaties over het voortrekken van haar land nergens op gebaseerd. "Ik hoor ze zo vaak. Maar ons land is in 2012 al begonnen met de onderhandelingen", memoreert ze als ze is uitgesproken met de leerlingen. Van bochten afsnijden is volgens haar geen sprake. "Kom er na veertien jaar onderhandelen niet mee aan dat we in een versnelde procedure zitten."